De 55-plusser vraagt niet meer om opleiding

Het merendeel van de 55-plussers vraagt bij een werkgever niet meer proactief om trainingen of opleidingen. Een gemiste kans voor HR, omdat eerder al bleek dat investeren in oudere werknemers loont en een must is als het gaat om duurzame inzetbaarheid.

Slechts 39 procent van de oudere werknemers geeft aan dat ze nog vragen om bijscholing. Bij de leeftijdsgroep 25 tot 34 jaar is dat percentage bijna twee keer zo groot (77%). Dit blijkt uit de Learning & Development Monitor (L&D), een onderzoek uitgevoerd door Multiscope in opdracht van Studytube, aanbieder van e-learningplatforms. “Je zou denken dat een leven lang leren steeds meer gemeengoed is geworden onder Nederlandse organisaties. Maar deze resultaten wijzen erop dat medewerkers al ver voor hun pensioen niet meer vragen om een opleiding”, aldus Homam Karimi, CEO van Studytube.

Steeds meer organisaties hebben het doel om wendbaar te worden. Ze willen in staat zijn om in te spelen op veranderingen zoals digitalisering, globalisering en automatisering. Daarvoor is het worden van een lerende organisatie essentieel. Een lerende organisatie kan alleen slagen wanneer er een leercultuur heerst. Daarvoor moet je als organisatie leren stimuleren en een divers, relevant en toegankelijk leeraanbod aanbieden.

Leermateriaal beschikbaar, behalve voor ouderen
De proactieve houding richting leren naarmate de leeftijd van de medewerker hoger ligt mag dan afnemen. De L&D Monitor laat ook zien dat de eerste stappen in de transformatie naar lerende organisaties wel degelijk zijn gezet. Zo is de toegang tot leermateriaal bij Nederlandse bedrijven goed. 78 procent van de medewerkers heeft relatief gemakkelijk toegang tot de aangeboden leermiddelen. Daarnaast wordt gemiddeld 5 tot 10 procent van de tijd besteed aan leren en ontwikkelen.

Echter, uit een analyse van pensioeninstituut Netspar eerder dit jaar blijkt dat werkgevers doorgaans minder investeren in oudere werknemers dan in de rest van het personeel. Aan ouderen worden minder cursussen en trainingen aangeboden. “Dit zou kunnen betekenen dat organisaties het belang van de lerende organisatie inzien, maar dat de meerwaarde van investeren in de oudere generatie over het hoofd wordt gezien”, zegt Karimi. “En dat terwijl het juist loont. De oudere generatie is namelijk loyaal aan een werkgever. Bovendien is het overbrengen van kennis en kunde door oudere en ervaren werknemers van grote waarde voor de organisatie.”

Leermogelijkheden aanpassen
Hoewel er minder wordt geïnvesteerd in ouderen, is leren voor hen met het oog op duurzame inzetbaarheid en langer doorwerken wel noodzakelijk. Een goed voorbeeld van benodigde ontwikkeling is te vinden in de IT-sector. Europees onderzoek van Salesforce wijst uit dat de oudere medewerker steeds vaker een jongere collega om hulp vraagt als het gaat om bijspijkeren van de IT-vaardigheden, in plaats van dat hij of zij een opleiding of cursus volgt.

Geen toegang tot leerbudget
Daarnaast blijkt uit de L&D Monitor dat werknemers nog niet altijd toegang hebben tot een eigen leerbudget (59%) óf dat het niet altijd wordt opgemaakt. Gemiddeld wordt er tussen de 500 en 1.000 euro per medewerker per jaar uitgegeven aan L&D, en slechts één op de drie organisaties besteedt meer dan 75 procent van dit budget.

Karimi: “In een tijd waar we langer dan ooit moeten doorwerken, de veranderingen elkaar in rap tempo opvolgen en functies continu veranderen, is een leven lang leren essentieel. Alleen door het op de agenda van management te plaatsen en er echt mee aan de slag te gaan, gaat het bewustzijn over het belang van een leven lang leren omhoog. En dat is essentieel voor het creëren van lerende organisaties.”

Bron: PW, 6 januari 2020