Home > Nieuws

Nieuws

Minder ontslag, meer problemen bij langer dan 2 jaar ziek

Het aantal vragen over ontslagzaken als gevolg van een reorganisatie loopt terug. Ook het aantal ontslagzaken vanwege disfunctioneren en het ontslag op staande voet dalen flink. Een opvallende stijger binnen het arbeidsrecht is de toename van het aantal ontslagzaken als gevolg van langer dan 2 jaar ziekte. Dat blijkt uit de nieuwe juridische barometer 2017-2018 van Stichting Achmea Rechtsbijstand (SAR).

De juridische barometer laat de meest voorkomende vragen om juridische hulp zien en geeft een prognose voor 2018.

De opbloeiende economie zorgt voor minder reorganisatieontslagen. Door de nieuwe spelregels vanuit de WWZ, waar werkgevers zich over het algemeen goed aan houden aldus Achmea zorgen voor minder ontslagzaken wegens disfunctioneren en ontslag op staande voet.

De toename van het aantal vragen ontslagzaken als gevolg van langer dan 2 jaar ziekte (stijging maar liefst 64%) schrijft de stichting toe aan het feit dat de huidige wetgeving voor deze categorie werknemers nog niet veel mogelijkheden biedt als het gaat om het recht op de transitievergoeding. Veel werkgevers houden het dienstverband slapend. Met veel vragen van de verzekerden tot gevolg aldus Achmea Rechtsbijstand.

Bron: HR Praktijk, 22 januari 2018

 

Vitaliteit en employability ook inzetten om jongeren te werven

ls vitaliteit en employability op de HR-agenda staan, denken we meestal aan het inzetbaar houden van ouderen. Maar deze termen zijn net zo bruikbaar voor het werven van jong talent. Want de helft van de millennials hecht veel belang aan een gezonde levensstijl en een goede balans tussen werk en privéleven. Werkgevers moeten daarom aansluiten bij de beleefwereld van hun (potentiële) medewerkers.

Dit blijkt uit recent onderzoek van Intelligence Group op het GfK Consumentenpanel waarbij 1.003 hoogopgeleide jongeren uit de Nederlandse beroepsbevolking in de leeftijdscategorie 18 tot 30 jaar ondervraagd zijn naar de interesse in en het bewust nastreven van een gezonde levensstijl en de werk-privé balans.

Jongeren willen gezond leven
De interesse voor een gezonde levensstijl is groot onder jongeren uit de Nederlandse beroepsbevolking. Zo geeft de helft van de jongeren tussen de 18 en 30 jaar aan bewust gezond te leven.

Binnen die jongerengroep zijn (para)medici (57%) het meest bewust bezig met een gezonde levensstijl. Daarentegen blijkt dat ICT’ers (17%) en onderwijskundigen (15%) het minst bewust gezond leven. Het gemiddelde van de Nederlandse beroepsbevolking is 21%.

Zorg voor goede werk-privébalans
Wanneer er naar de werk-privé balans gevraagd wordt, blijkt dat meer dan de helft (51%) van de 18 tot 30 jarigen voor een goede werk-privé balans zorgt.

Waar ICT’ers (59%) en (para)medici (53%) hier meer dan gemiddeld voor zorgen, geldt dit niet voor verpleegkundigen. Ten opzichte van het gemiddelde van deze leeftijdscategorie (11%) geeft 16% van de verpleegkundigen aan niet voor een goede balans tussen inspanning en ontspanning te zorgen wat bijna 1,5 keer meer dan gemiddeld is.

Niet alleen voor duurzame inzetbaarheid
Om millennials te bereiken wordt het voor werkgevers steeds belangrijker om in de beleefwereld van medewerkers en potentiële medewerkers te komen.

“Waren woorden als vitaliteit en employability tot 2017 vooral termen die gebruikt werden in het kader van duurzame inzetbaarheid, zien we deze termen nu steeds vaker terugkomen in het werven van talent’’, aldus Maaike Kooter, projectleider employability bij Intelligence Group.

Bron: Personeelsnet, 22 januari 2018

 

Helft burn-outs veroorzaakt door hoogsensitiviteit

Volgens het CBS en TNO had 14 procent van de Nederlandse werknemers last van burn-out en overspannenheidsklachten. VEERTIEN procent, één op de zeven medewerkers. Meer dan een miljoen en inmiddels beroepsziekte nummer één in Nederland. Het aandeel psychische beroepsziekten was in 2017 goed voor 42 procent. Psychische gevallen worden zwaarder en de lengte van het verzuim de afgelopen jaren wordt steeds langer. Wat gaat er fout in onze professionele samenleving?

De stijging van het aantal psychische beroepsziekten heeft een aantal redenen. Aan de ene kant is er meer aandacht en acceptatie gekomen voor burn-outs. Een burn-out is officieel erkend als ziekte. Dit betekent zo ongeveer hetzelfde als ziek worden tijdens je vakantie: lange tijd onder druk staan totdat je eindelijk mag gaan ontspannen.

Specialistische generalisten
Door het systematisch uitvoeren van kostenbesparingen in de afgelopen decennia zijn vele afdelingen binnen bedrijven kleiner geworden. Waar we voorheen vele specialisten in dienst hadden wordt tegenwoordig van bijvoorbeeld een marketeer verwacht dat hij alle specialismen beheerst. En overal specialist in zijn is een regelrechte utopie.

Hoog belastbare managers zonder inlevingsvermogen
Bedrijven promoten helaas te vaak managers gebaseerd op belastbaarheid. En het zijn veelal onze rationeel/cognitief sterke soortgenoten die zwaar belastbaar blijken. Dit heeft als gevolg dat managers aan de ene kant de lat te hoog leggen voor hun medewerkers door een te hoog werktempo. En aan de andere kant hebben diezelfde managers vaak niet voldoende invoelingsvermogen om zich te verplaatsen in het welzijn van hun ondergeschikten.

Gebrek aan autonomie
Ons bedrijfsleven is geperfectioneerd. We hebben ons zo lang op efficiëntie gefocust dat in veel bedrijven alle ruimte voor onvoorspelbaarheid en creatieve inbreng eruit is gesneden. Medewerkers zijn de afgelopen decennia veelal gedegradeerd tot machines. Te weinig autonomie draagt bij in 44 procent van de gevallen aan stress. Laat staan het gebrek aan creativiteit en het gevoel je in je werk niet te kunnen profileren.

Snellere wereld met social media
De evolutie heeft ons veel gebracht maar ons reptielenbrein is niet heel veel veranderd. Dezelfde stressoren die ons miljoenen jaren geleden waarschuwden voor een roofdier gaan nu nog steeds af op e-mails, reclame-uitingen binnenkomende berichtjes et cetera. Echter geen 5 keer maar 15.000 keer per dag.

Hoogsensitiviteit en verhoogde kans op burn-out
Naast bovenstaande ontwikkelingen zijn er tevens een aantal intrinsieke eigenschappen die een burn-out bepalen. En ga maar eens na bij burn-out gevallen in jouw eigen directe omgeving. In vrijwel elk persoon die een burn-out heeft ervaren zijn de volgende eigenschappen in hoge mate aanwezig: doorzettingsvermogen, bovengemiddeld loyaliteitsgevoel, groot verantwoordelijkheidsgevoel, hoge betrokkenheid, perfectionisme en de lat hoog leggen. En de hoge mate van aanwezigheid van al deze eigenschappen en de diepgaande impact van bovengenoemde ontwikkelingen definieert nu net een Hoog Sensitief Persoon. 

Helft burn-outs veroorzaak door hoogsensitiviteit
Grofweg 20 procent van de wereldbevolking (en daarmee ook onze beroepsbevolking) is hoogsensitief. Uit recent onderzoek van het platform hoogsensitief.nl is gebleken dat 43 procent van alle hoogsensitieve respondenten ervaring heeft (gehad) met een burn-out. Een waanzinnig hoog percentage voor zo een specifieke doelgroep. En in dit percentage zijn overspanning en depressie niet meegenomen. Grofweg de helft van de hoogsensitieve beroepsbevolking (10 procent van de totale beroepsbevolking) is daarmee veroorzaker van langdurig ziekteverzuim. En als we dat cijfer afzetten tegen de 14 procent van de Nederlandse werknemers die met burn-out klachten rond lopen komen we tot de conclusie dat een ruime meerderheid hiervan mogelijk veroorzaakt wordt door hoogsensitiviteit. 

Bewustzijn en (h)erkenning
Het moment is hier meer om onderzoek uit te voeren naar de effecten van hoogsensitiviteit in het bedrijfsleven. De sleutel tot duurzaam inzetbare hoogsensitieve medewerkers ligt in het bewustzijn van deze eigenschap en de herkenning en erkenning hiervan. Aangevuld met talent development kan deze groep medewerkers heel veel meer betekenen binnen bedrijven dan ziektekosten.

Bron: HR Praktijk, 15 januari 2018

 

Veiligheidsvoorschriften te vaak niet uitgelegd

Onderschatting van risico’s, stress en vermoeidheid en gebrek aan kennis en ervaring zijn de belangrijkste oorzaken voor ongevallen op de werkvloer. Tijdelijke werknemers, anderstaligen en jongeren lopen daarbij het meeste risico.

Uit recent onderzoek van Manutan onder medewerkers blijkt dat veel ongevallen voorkomen kunnen worden. Slechts 61 procent van de ondervraagden op de werkvloer geeft aan dat de veiligheidsvoorschiften aan iedereen goed uitgelegd worden. "Dat is veel te weinig," stelt Jan Piet van Dijk,  Director Operations Benelux en Veiligheidscoördinator bij Manutan. "Het betekent dat ruim een derde van de medewerkers zonder goede voorlichting aan het werk gezet wordt."

Risicogroepen
Bijna 50 procent van de ondervraagden is bij een ongeval op de werkvloer in de fabriek, de werkplaats of op een buitenlocatie betrokken geweest. "Zorgen voor de juiste preventiemiddelen alléén is niet voldoende,m" zegt Van Dijk. "Let erop dat de veiligheidsvoorschriften aan iedereen uitgelegd worden. Ook aan tijdelijke krachten en anderstaligen." Vooral de risicogroep anderstaligen wordt ermee geconfronteerd. Aan medewerkers die de Nederlandse taal niet goed machtig zijn, worden maar in 37 procent van de gevallen de voorschriften in de eigen taal uitgelegd. De groep tijdelijke werknemers loopt door gebrek aan ervaring en te weinig uitleg meer kans bij een ongeval betrokken te raken. Bij jongeren speelt daarnaast ook het verkeerd inschatten van risico’s een rol. 

Veilige werkomgeving
Opvallend is dat medewerkers in een kantooromgeving een veel groter gevoel van veiligheid ervaren dan medewerkers op de werkvloer. 85 procent van de kantoormedewerkers voelt zich veilig tegen 69 procent van de overige medewerkers. "Logisch," zegt Van Dijk, "op kantoor loopt u sowieso minder risico dan in de fabriek of op de bouwplaats. Maar juist door dat verhoogde risico moeten werkgevers ervoor zorgen dat deze medewerkers zich extra veilig voelen. Ook daar is een belangrijke rol weggelegd voor de werkgever door het inzetten van preventiemedewerkers en een goed voorlichtingsbeleid."

Bron: Managers online, 10 januari 2018

 

'Kantoortuin leidt tot meer stress'

De kantoortuin is funest voor de mentale gezondheid." Dat zegt gezondheidspsycholoog Ulrika Leons, directeur van Arbo-dienstverlener Skils Zorg van de Zaak.

Veel werknemers zijn tegenwoordig breinwerkers. Maar het concentreren dat bij dit werk hoort, wordt steeds moeilijker. De aandacht van de werknemer wordt voortdurend afgeleid. Door een piepende telefoon, een mailende manager en door het constante geroezemoes in de kantoortuin.

Vol hoofd
Ulrike Leons, gezondheidspsycholoog en directeur van Skils Zorg van de Zaak, waarschuwt voor de gevaren hiervan in het Algemeen Dagblad. "De hersenen krijgen teveel informatie binnen, waardoor de aandacht versplintert. Het kost telkens weer energie om je opnieuw te concentreren. Mensen die overbelast zijn, zeggen vaak dat ze er 'een vol hoofd' van hebben."

In het verhaal van Leons moet de kantoortuin het ontgelden. "De kantoortuin is funest voor de mentale gezondheid. Ons brein is altijd op zoek naar dingen die opvallen. Geluiden hoeven daarom niet hard te zijn om ons af te leiden."

Het AD maakt gewag van een onderzoek dat zou aantonen dat teveel prikkels op de werkvloer meer fouten veroorzaken èn meer stress. "Wie in een kantoortuin werkt, verzuimt 60% meer."

Koptelefoons
Het is de verantwoordelijkheid van de werkgever om een goede werkomgeving te bieden, benadrukt Leons. Als het aan haar ligt, verdwijnt de kantoortuin. "Als de taken enigszins complex zijn qua informatieverwerking, dan is het geen geschikt systeem."

Voor werkgevers die geen afscheid willen nemen van de kantoortuin, zijn er ook alternatieven, zoals het aanbieden van voldoende werkplekken waar mensen in stilte kunnen werken of het verschaffen van koptelefoons voor werknemers.

Bron: personeelsnet, 8 januari 2018

 


Pagina 1 van 94