Home > Nieuws

Nieuws

Waarom werkstress niet tot burn-out leidt

Werkstress leidt niet tot een burn-out als werknemers bevlogen zijn. Maar hoe zorg je voor bevlogenheid (engagement) en wat is het precies? Ronald van der Molen, eigenaar van Transformatio, geeft handvatten.

Recent onderzoek laat zien dat ongeveer 20% van de Nederlandse werknemers bevlogen is. En dat terwijl bevlogen mensen 200% klantgerichter zijn, 18% productiever, 10% meer verkopen, 27% minder verzuimen en 62% veiliger werken. Bovendien zijn bedrijven met een groot aantal bevlogen mensen innovatiever, kwalitatiever en winstgevender. Dat klinkt als iets wat je als werkgever wilt stimuleren, maar wat is bevlogenheid precies?
 
Drie kenmerken van bevlogenheid
Volgens internationaal expert Wilmar Schaufeli draait bevlogenheid om drie dingen: iemand bruist van de energie, is toegewijd aan het werk én gaat helemaal op in zijn of haar bezigheden. Samen met de hoogleraren Arnold Bakker en Eva Demerouti ontwikkelde hij het JD-R model: het Job Demands-Resources model. Dit model beschrijft de samenhang tussen ‘taakeisen’ en ‘energiebronnen’. Taakeisen die ons uitputten zijn bijvoorbeeld: conflicten op het werk, te hoge werklast, emotioneel zware gebeurtenissen, onduidelijke rol, gebrek aan grenzen tussen werk & privé, routine, weinig feedback, beperkte invloed op werkzaamheden en gebrek aan inspraak bij beslissingen. Wanneer er teveel factoren zijn die je uitputten en te weinig die energie geven kan dat leiden tot een burn-out. Je voelt je uitgeput, verliest interesse in taken en presteert steeds slechter.

Stress is niet het probleem
Stress en hard werken zijn op zich niet het probleem al denken veel managers dat wel. Het gaat erom dat er voldoende energiebronnen beschikbaar zijn om de druk of het vele werk aan te kunnen, vanuit de organisatie en vanuit jezelf. Bij energiebronnen vanuit de organisatie kun je denken aan: steun van collega’s & leidinggevenden, duidelijkheid over je rol, waardering, vrijheid om zelf werk in te delen, afwisseling, inspraak, vertrouwen in de leiding, kansen om te leren en ruimte om door te groeien. Bij persoonlijke energiebronnen draait het om zaken zoals: optimisme, eigenwaarde en geloof in eigen kunnen.
 
Bevlogenheid in je organisatie cultiveren
Schaufeli en andere onderzoekers hebben diverse factoren in kaart gebracht die bevlogenheid op organisatieniveau bevorderen. Die kun je onderbrengen in de categorieën: ruimte voor inspraak, een goede sfeer en mogelijkheden voor groei. Je kunt de bevlogenheid in je organisatie cultiveren door teams en afdelingen door te lichten op factoren die energie geven en factoren die energie kosten. Vervolgens is het zaak om verbeteringen door te voren en vol te houden. Als werknemers hierbij het gevoel krijgen dat ze zelf invloed kunnen uitoefenen op hun werkomgeving zijn ze meer gemotiveerd en ervaren ze een hoger niveau van welzijn dan wanneer bijvoorbeeld leidinggevenden aanpassingen in de werkomgeving doen. Diverse studies laten zien dat individuele programma’s effectiever zijn in het vergroten van bevlogenheid, dan ingrepen op organisatieniveau. Daarom gaat mijn volgende column over drie manieren om op individueel niveau werkgeluk te vergroten. 

Bron: Managers online, 15 november 2017

 

Managers hebben weinig benul van werkstress onder werknemers

Managers hebben een verkeerd beeld over werkstress bij hun werknemers. 40 procent van het hoger management is in de veronderstelling dat hun medewerkers nauwelijks stress ervaren. 58 procent denkt dat de stress wordt veroorzaakt door teveel taken. 

Professor Willem van Rhenen, tevens lid van de Raad van Bestuur bij Arbo Unie, geeft aan dat dit juist de grootste misvatting is. Werkstress is een gevolg van te weinig steun, te weinig verantwoordelijkheid, te weinig positieve energie. Arbo Unie pleit voor herkenning van de juiste oorzaken van werkstress om adequate hulp te kunnen bieden en aan preventie te werken.
Onderzoeksbureau GfK deed in opdracht van Arbo Unie onderzoek naar de werkstress onder hogere management en hun kijk op de werkstress bij hun medewerkers. Het onderzoek is uitgevoerd onder 475 managers en directeuren die werkzaam zijn in alle sectoren.

Managers hebben zelf veel stress
Gemiddeld vindt 75 procent van de ondervraagde managers en directeuren zichzelf zeer stressbestendig. Tegelijkertijd geeft 35 procent aan zelf doorgaans veel stress te ervaren en te verwachten dat dit nog zal toenemen. Jan van den Hoogen, Arbeids- en Organisatieadviseur bij Arbo Unie, denkt dat dit ook met imago te maken heeft. "Managers en directeuren hebben een hogere mate van vrijheid en regie, en het is in deze doelgroep ook ‘not done’ om te klagen over de werkdruk. Dat is niet goed voor de carrière. Daardoor herkennen zij ook minder snel dat er wel serieuze klachten bij hun medewerkers zijn."

Perceptie en beeld van werkstress moet anders
Van den Hoogen denkt dat de oorzaken van werkstress goed moeten worden beoordeeld om de juiste hulp te kunnen bieden en werkstress te voorkomen. "Is er werkelijk sprake van teveel taken of krijgen mensen te weinig steun van een leidinggevende? Immers, uit het onderzoek blijkt dat het gebrek aan steun ook bij managers de belangrijkste oorzaak van stress is.
Het advies aan managers is om bij signalen van werkstress bij de eigen werknemers vooral niet zichzelf als vertrekpunt te hanteren als het om werkmoraal gaat. Verplaats u in de positie van de medewerker en kijk naar de werkelijke klachten, in plaats van een signaal weg te zetten als onnodig geklaag. Ook een gezonde reflectie op het eigen functioneren kan hieraan bijdragen. Vaak worden externe oorzaken buiten het team gezocht voor het ontstaan van werkstress. In de praktijk blijkt vaak vooral de stijl van leidinggeven mede oorzaak van de werkstress bij medewerkers.

Bron: Managers online, 15 november 2017

 

Bijna alle Nederlanders ervaren werkstress

Van de Nederlandse professionals ervaart maar liefst negen op de tien (87 procent) stress op de werkvloer. Bovendien vindt een derde (33 procent) de werkdruk over het algemeen te hoog.

Toch is er veel onduidelijk binnen organisaties hoe om te gaan met hoge werkdruk en burn-out. Onderzoek van Hays toont aan dat de meerderheid van de jonge managers tot 40 jaar (57 procent) niet weet hoe zij signalen van stress bij hun medewerkers kunnen herkennen. Bovendien bestaat er veel onduidelijkheid binnen organisaties over wie verantwoordelijk is voor signaleren van en praten over stress: de manager of de HR-afdeling. 
  
Ziekmelden of ontslag nemen als gevolg van stress
Hoewel een hoge werkdruk wordt genoemd als grootste veroorzaker van stress (58 procent), zijn er nog veel andere stressfactoren op de werkvloer. Vooral hoge verwachtingen die men zichzelf oplegt (41 procent), een gebrek aan ondersteuning door collega’s en management (36 procent) en onvoldoende balans tussen werk en privé (34 procent) zorgen ervoor dat professionals spanning ervaren. Met als gevolg dat een vijfde (negentien procent) zich weleens heeft ziekgemeld vanwege stress. Bovendien heeft zestien procent daadwerkelijk een keer ontslag genomen vanwege overbelasting. Een derde (32 procent) overweegt serieus ontslag te nemen bij de huidige functie.
 
Angst voor uitval
De hoge mate van stress blijft niet onopgemerkt; de helft van de leidinggevenden (51 procent) ziet regelmatig stress binnen hun teams. Zij uiten ook hun zorg en geven aan weleens bang te zijn dat iemand uit het team een burn-out krijgt. Niet iedereen onderneemt dan meteen actie: een derde van de managers zegt niet direct maatregelen te treffen, wanneer een teamlid aangeeft dat de werkdruk te hoog is. "Blijkbaar liggen stress en burn-out nog steeds in een taboesfeer. Het kunnen signaleren wint terrein, maar een adequate opvolging blijft uit. Ondanks dat een gezonde werkdruk af en toe heel goed is om te functioneren, kan het structureel ervaren van stress uiteindelijk leiden tot een burn-out. Slechts de helft van de managers geeft aan dat er regelmatig met de medewerkers gesproken wordt over werk-privé balans, het is essentieel dat daar verandering in komt," licht Jill van Casteren, HR Director bij Hays, toe.
 
Verantwoordelijkheid onduidelijk
Een opvallende uitkomst is dat de meningen over wiens taak het is om stress te signaleren en dat bespreekbaar te maken sterk verschillen. Bijna vier op de tien leidinggevenden vinden dat het signaleren en praten over stress een taak is van de HR-medewerker. Een vergelijkbaar percentage vindt dat juist niet. "Het is belangrijk voor een goed stressmanagement dat er duidelijke afspraken gelden in een organisatie: het signaleren hoort zeker ook bij de managerstaken en het bespreekbaar maken evenzo. Dat betekent niet dat de HR-medewerker daar helemaal geen taak in heeft. Een goede begeleiding van zowel degene die stress ervaart, als de betrokken leidinggevende is de verantwoordelijkheid van HR," aldus Van Casteren.

Bron: Managers online, 7 november 2017

 

Staand werk blijkt net zo slecht als zittend

Van te veel zitten thuis en op het werk worden we niet gezonder. Dat weten we inmiddels allemaal. Maar nu wijst nieuw Canadees onderzoek uit dat de kans op hartziekten verdubbelt door … staand werk.

Zittend werk verhoogt de risico’s op diabetes type-2 en diverse soorten kanker. Het moderne mantra luidde dan ook: werk staand en vergader staand als die mogelijkheid zich voordoet.

Staand werk verdubbelt risico hart- en vaatziekten
Zo eenvoudig is het dus allemaal niet, blijkt nu. Want onderzoekers verbonden aan de Universiteit van Toronto hebben recentelijk bewezen dat staand werk ook beslist niet al te best is. Werknemers die de hele werkdag staand werk verrichten blijken een hoger risico te lopen op hart- en vaatziekten dan wanneer zij ander werk zouden doen.

Groot onderzoek: 7000 deelnemers over twaalf jaar
Het betreft hier een omvangrijk onderzoek met 7000 deelnemers uit diverse branches, uitgevoerd over een periode van maar liefst twaalf jaar. De conclusie van het onderzoek: werknemers die de hele dag staan tijdens hun werk en niet de mogelijkheid hebben dat werk zittend te verrichten, maken een dubbel zo grote kans op hart- en vaatziekten.

Veel staan blijkt te lijden tot oxidatieve stress
Waar zit ‘m nu de kneep? Als mensen veel staan, stijgt vooral de bloeddruk in de aderen. Dit veroorzaakt chemisch onbalans in het lichaam, ook wel oxidatieve stress genoemd. Dit komt veel voor bij winkelpersoneel en kappers, en bij bepaalde beroepen in de zorg. De kans op hart- en vaatziekten bij werknemers die veel staand werk verrichten (6,6%) komt daarmee op hetzelfde niveau als dat van mensen die dagelijks roken of lijden aan fors overgewicht. Dit zegt Peter Smith, de schrijver van het rapport van onderzoekssite The Conversation.

Geen paniek: afwisseling baat, stretchen ook
Geen paniek: werknemers kunnen deze chemische onbalans voorkomen door staand en zittend werken af te wisselen, zegt Peter Smith. En voor hen die deze mogelijkheid niet hebben, luidt regelmatig strekken en rekken het devies. Want dit stretchen vermindert de stress op de spieren. En wat moeten de kantoorwerkers die zich net hebben aangeleerd staand te werken aan een bureau? Ook hier luidt: afwisseling baat. Voor hen die staand werk afwisselen met zitten (bijvoorbeeld door een in hoogte verstelbaar bureaublad) is het risico nul.

Bron: Arbo, 1 november 2017

 

Nachtwerk vergroot de kans op hartklachten en suikerziekte

achtwerk verhoogt het risico op suikerziekte en hart- en vaatziekten. Bovendien neemt dat risico toe naarmate men meer jaren nachtwerk verricht. Mogelijk verhoogt nachtwerk ook het risico op borstkanker. De Gezondheidsraad adviseert de minister van SZW daarom nachtwerk te beperken.

In Nederland werken bijna 1,3 miljoen mensen soms of regelmatig ’s nachts. Werk in de nachtelijke uren verstoort het dag-nachtritme van het lichaam wat kan leiden tot nadelige gezondheidseffecten, concludeert een commissie van de Gezondheidsraad.

Biologische klok raakt in de war
Elk mens heeft een interne biologische klok die ervoor zorgt dat het menselijk lichaam iedere dag opnieuw ‘gelijk’ wordt gezet met de aardse licht-donkercyclus, door de aanwezigheid van daglicht.

Nachtwerk verstoort dit ritme doordat men wakker en actief is (lichaamsbeweging, eten, blootstelling aan licht) op het moment dat het lichaam van nature geneigd is te slapen. De biologische klok probeert zich aan te passen aan de nieuwe situatie, maar dat kost tijd en lukt vaak niet volledig. Hierdoor kunnen lichaamsprocessen ontregeld raken, wat zich uit in bijvoorbeeld een verstoorde slaap en een verstoord herstelvermogen.

Suikerziekte en hartklachten
De Gezondheidsraad acht het bewezen dat nachtwerk het risico verhoogt op diabetes mellitus (type 2), hart- en vaatziekten en op slaapproblemen. Het risico neemt voor diabetes en hart- en vaatziekten toe naarmate men meer jaren nachtwerk verricht.

Dat komt doordat de glucose- en vethuishouding ’s nachts minder actief is dan overdag. Als men dan ‘s nachts eet kan dit leiden tot hogere glucosespiegels in het bloed en hogere opslag van vet in het lichaam dan overdag het geval zou zijn. Hierdoor kan bijvoorbeeld overgewicht en prédiabetes ontstaan. Dit zijn risicofactoren voor diabetes mellitus en hart- en vaatziekten. 

Preventiemogelijkheden voor nachtwerk
De beste preventieve maatregel is als het intrappen van een open deur: waar mogelijk moet nachtwerk zoveel mogelijk worden vermeden. Wanneer toch ’s nachts gewerkt moet worden, zijn er mogelijkheden om iets te doen aan het licht op het werk, of een powernap tijdens de nachtdienst.

Maar veel bewijs dat het werkt is er niet. Voor de korte termijn, zijn er wel aanwijzingen dat een voorwaarts roterend rooster het meest gunstig is voor de alertheid en slaapkwaliteit.

Misschien toch geen effect op borstkanker
In 2006 concludeerde de Gezondheidsraad nog dat er een verband was tussen nachtwerk en borstkanker. Maar op basis van nieuwe gegevens uit langlopende onderzoeken en nieuwe onderzoeken, houdt deze conclusie geen stand meer. 

Uit individuele onderzoeken komen wel enige aanwijzingen dat langdurig nachtwerk op jonge leeftijd of tijdens of vlak na een periode van nachtwerk, tot een hoger risico op borstkanker kan leiden. Maar dat lijkt juist alleen op te gaan voor nachtwerkers met het hoogste aantal jaren nachtwerk; daarnaast zijn de risico’s gebaseerd op een klein aantal gevallen van borstkanker.

Hoogrisicogroep: langdurige nachtwerkers
Onder de nachtwerkers heeft de commissie een hoogrisicogroep geïdentificeerd, namelijk de nachtwerkers die langdurig nachtwerk verrichten. Zij lopen duidelijk een hoger risico op diabetes mellitus (type 2) en hart- en vaatziekten dan nachtwerkers die minder jaren nachtdiensten hebben verricht.

Er is nog te weinig onderzoek gedaan om op grond van ongunstige persoons-, leefstijl- of omgevingsgebonden kenmerken groepen nachtwerkers te kunnen aanwijzen waarvan zeker is dat zij door het werken in nachtdiensten een verhoogd risico lopen op ziekte (of verergering van een ziekte) dan nachtwerkers die niet zo’n ongunstig kenmerk hebben.

Bron: Personeelsnet, 30 oktober 2017

 


Pagina 1 van 93