Best practice: verzuimpercentage van 0,88%

Van alle bedrijfstakken kende de schoonmaaksector in 2018 het hoogste percentage ziekteverzuim: 5,9% volgens cijfers van het CBS. Met een verzuim van slechts 0,88% laat Schoonzorg zien dat het ook anders kan.

Investeren in kennis, kunde en vooral in de mensen zelf ligt aan het lage verzuimpercentage ten grondslag, vertellen bedrijfsmanager Jan Makenbach en algemeen manager Sandra Zonneveld. “Wij geloven in de vitamine A van Aandacht.”

Drastische daling
Op het kantoor van Schoonzorg in Amsterdam haalt Makenbach een A4-tje uit zijn binnenzak. Een grafiek geeft weer dat het verzuimpercentage drastisch daalde sinds de twee managers begin 2008 aantraden bij de joint venture tussen zorgorganisatie Cordaan (51% belang) en facilitair dienstverlener Facilicom (49% belang). Van bijna 18% in 2007 naar iets meer dan 4% in 2008, om daar vervolgens steeds onder te blijven. Er viel dan ook veel winst te behalen, vertelt Makenbach. “Iedereen werkte ontzettend hard, maar de medewerker wisten eigenlijk niet goed wat ze moesten doen en handelden naar eigen inzicht.” De medewerkers voelden zich al evenmin gewaardeerd, vertelt de bedrijfsmanager. “Ze hadden het gevoel ‘maar schoonmakers’ te zijn.”

Kennis en kunde
Schoonzorg nam drastische maatregelen, aldus Makenbach. “We hebben fors ingezet op kennis en kunde. Heel weinig schoonmakers bleken over een vakdiploma te beschikken. Niet dat dit uitzonderlijk is in Nederland, maar wij vonden en vinden het belangrijk dat ze wel een diploma halen. Neem het onderdeel ergonomie. Waarom moet je nou op een bepaalde manier bukken? Als je één keer of twintig keer verkeerd bukt, is dat niet erg. Maar als je een leven lang verkeerd bukt, krijg je op 50- of 60-jarige leeftijd gewoon pijn in je rug.”

Nieuwe medewerkers krijgen bij Schoonzorg zo snel als mogelijk een vakopleiding, bestaande medewerkers krijgen regelmatig opfristrainingen om bij te blijven in het vak. Zonneveld: “Binnenkort organiseren we weer een bijeenkomst waar verzuim centraal staat. Dit alles geeft de medewerkers vertrouwen. Ze leren dat ze een vak hebben en er toe doen in de organisatie.” Werken met goed materiaal hoort daarbij, vindt Zonneveld. “Materialen als microvezeldoekjes, moppen of stofzuigermondjes worden steeds lichter en beter. Als ik er achter sta, maakt het me niets uit wat het kost. Dan schaffen we het voor iedereen aan.”

Betrokken medewerkers
De vakopleiding die Schoonzorg aanbiedt is afgestemd op de zorg, aangezien Cordaan door de joint-venture de enige klant is. Op 162 locaties van de Amsterdamse zorgorganisatie, inclusief woningen voor begeleid wonen, zijn in totaal 270 schoonmakers van Schoonzorg werkzaam. Makenbach: “Die weten wat het inhoudt om in de zorg te werken. Dat het bijvoorbeeld vanuit hygiëneoogpunt risicovol is om een ring te dragen. Nu zie je soms dat onze mensen dit signaleren bij zorgmedewerkers en hierover aan de bel trekken. Mensen voelen zich betrokken en verantwoordelijk, ook richting de cliënten die zorg krijgen.”

Scholing leidinggevenden
Schoonzorg schoolde ook leidinggevenden bij, door hen een mbo-opleiding te laten volgen. “Bij deze groep hebben we sinds jaar en dag een minimaal ziekteverzuim”, aldus Makenbach. “Als er vannacht een calamiteit is, staan ze allemaal op de stoep. Zo blij zijn ze met de verkregen mogelijkheden en waardering. Je ziet ook dat dit als een olievlek doorwerkt in de organisatie. Ze dragen het uit naar de mensen waarvoor ze verantwoordelijk zijn.”

Problemen bespreken
De schoonmaakbranche kende in 2018 een verzuimpercentage van 5,9%, waar uitschieters tot circa 15% ook voorkomen, weten Makenbach en Zonneveld. Ondanks de lange griepgolf begin 2018 wist Schoonzorg het verzuimpercentage dus onder de 1% te houden. Een strenge, maar heel persoonlijke aanpak ligt hieraan ten grondslag, aldus Zonneveld. “Iemand die niet kan werken, kan altijd naar kantoor komen om te bespreken wat er aan de hand is. Vaak heeft het niets met werk te maken, maar met de privésituatie. Financiële problemen, een scheiding of toch een zakelijk dingetje waar ze tegenaan lopen. Op het moment dat we het bespreken, kan ik er iets mee. De medewerker is het kwijt en weet dat we er actie op ondernemen. Als ik de medewerker meteen naar de bedrijfsarts zou sturen, gaat er langere tijd overheen en krijgt die als vreemde nooit te horen wat wij boven water krijgen.”

Aandacht voor medewerkers
Complexe gezondheidsprogramma’s kent Schoonzorg niet. Beide managers geloven meer in gezond verstand en het besteden van tijd en aandacht aan medewerkers. “Geen vitamine C, maar vitamine A, van aandacht”, zegt Zonneveld. Makenbach: “We geven weinig geld uit aan verzuim, maar heel veel aan de bloemist. Een kaartje, bloemetje of fruitmand als iemand jarig is, in het ziekenhuis ligt, er iets met een familielid is etc.” Veel medewerkers hebben meerdere banen, vertelt Zonneveld. “Dan vertellen ze dat ze nog niets van hun andere werkgever hebben gehoord. Nou, dan weet ik wel voor wie ze eerder weer aan het werk gaan. Het mooiste voorbeeld is een vrouw die vorig jaar door omstandigheden dreigde uit te vallen. Haar familie zei dat ze zich ziek moest melden. Maar de vrouw nam drie weken vrij om haar problemen op te lossen. Ze wilde dat het niet ten koste van Schoonzorg ging omdat wij er altijd voor haar zijn geweest.”

Vergrijzing van het personeelsbestand
Uitdagingen rond ziekteverzuim zijn er bij Schoonzorg ook. De grootste is de vergrijzing van het personeelsbestand. “Een flink deel van onze medewerkers is ouder dan vijftig jaar”, aldus Zonneveld. “We zijn heel blij met ze, maar het is nu eenmaal zo dat ze eerder ziek worden dan jongeren. We gaan heus wel met ze in gesprek over ander werk of vervroegd pensioen, maar de uitkomst is steevast dat ze het naar hun zin hebben, geen lichter werk willen doen en al helemaal niet met pensioen willen. Een compliment voor ons natuurlijk, maar soms ook wel lastig. We kijken goed naar de leeftijdsopbouw van het personeel, zeker op grotere locaties, en gaan voor nieuwe medewerkers nog nadrukkelijker op zoek naar jongeren.”

Lang verzuim vormt in Nederland een groeiend probleem. “Dat is bij ons niet anders”, zegt Zonneveld. “Kijk, als iemand kanker, een hernia of een gescheurde aorta krijgt, kan niemand daar iets aan doen. En psychisch verzuim is ook heel lastig tegen te gaan. Je hoopt het te voorkomen, door mensen goed te helpen als er bijvoorbeeld een conflict speelt. Maar vaak is het ernstiger, tot opnames aan toe.”

Niet versloffen
Een succesvol verzuimbeleid is helaas niet te kopiëren, geeft Makenbach aan. “Wat elk bedrijf wel kan doen, is investeren in mensen. Wees toegankelijk, aanspreekbaar, toon belangstelling. Eigenlijk heel simpele dingen.” En laat verzuimaanpak niet versloffen, benadrukt Zonneveld. “Het verzuimpercentage kan heel hard stijgen. Ik ben er ooit acht weken uit geweest en toen merkten we dat al. Het gaat om het leggen van een goede basis en van daaruit goed in de gaten houden wat er gebeurt op de werkvloer en met de medewerkers. Verzuim is ook wel mijn kindje. Ik zit er bovenop en ben de hele dag in de weer om iedereen tevreden te houden. Soms ook ’s avonds of in het weekend. Dat geeft niet als je ziet wat je ervoor terug krijgt: een laag verzuim en mensen die graag naar hun werk gaan.”

Bron: PW; 1 mei 2019